Woordenlijst

Drieklank

Een drieklank is een akkoord van drie noten die in tertsen gestapeld zijn, namelijk een grondtoon, de terts erboven en de kwint erboven.

Wat zijn de vier soorten drieklanken?

De twee tertsen in de stapel bepalen de soort. Gebouwd op C:

Drieklank Noten Halve tonen boven de grondtoon Symbool
Majeur C–E–G 4, 7 C
Mineur C–Es–G 3, 7 Cm
Verminderd C–Es–Ges 3, 6 Cdim of C°
Overmatig C–E–Gis 4, 8 Caug of C+

Majeur en mineur hebben een reine kwint en verschillen alleen in de terts, met één halve toon. Verminderd en overmatig veranderen ook de kwint.

Elke majeurtoonsoort bevat zeven drieklanken, één op elke trap. In C majeur: C, Dm, Em, F, G, Am en Bdim.

Hoe klinkt een drieklank?

De terts geeft een drieklank zijn kleur. Een grote terts (4 halve tonen) klinkt helder en open; een kleine terts (3) klinkt donkerder en meer naar binnen gekeerd. De reine kwint geeft gewicht en stabiliteit zonder die kleur te veranderen.

Verminderde en overmatige drieklanken hebben geen reine kwint, en allebei klinken ze instabiel: verminderd samengeknepen en onrustig, overmatig uitgerekt en zwevend. Geen van beide klinkt als een plek om te stoppen.

Om een drieklank op gehoor te herkennen, zoek je eerst de grondtoon, zing je dan de noot een terts erboven en vraag je je af of dat de heldere of de donkere is.

Is elk akkoord van drie noten een drieklank?

Nee. Een drieklank is in tertsen gebouwd. C–D–E heeft drie noten maar stapelt secundes, dus het is een cluster, geen drieklank. Een powerchord op de gitaar (C–G, vaak met een extra C erboven) heeft helemaal geen terts, dus het is majeur noch mineur.

De volgorde van de noten doet er daarentegen niet toe. E–G–C is nog steeds een C-majeurdrieklank, met E in de bas: een omkering, geen ander akkoord.

Probeer het zelf: Akkoordsoort op gehoor speelt een drieklank en vraagt welke van de vier soorten het is. Bij Akkoorden bouwen bouw je ze vanaf elke grondtoon.