Het majeurakkoord

Heb je ooit een liedje horen eindigen op een grote, tevreden klank waarbij alles “opgelost” lijkt? Dan was dat vrijwel zeker een majeurakkoord. Het is het meest voorkomende akkoord in de westerse muziek, en zodra je er een kunt bouwen vanaf elke willekeurige toon, heb je het patroon achter duizenden liedjes te pakken.

Wat is een akkoord?

Een akkoord bestaat simpelweg uit drie of meer noten die tegelijk klinken. De meest basale soort akkoord is de drieklank: precies drie noten, gebouwd door intervallen te stapelen boven een begintoon die de grondtoon heet. De grondtoon geeft het akkoord zijn naam — een akkoord gebouwd op C is “C iets”, een akkoord gebouwd op G is “G iets”.

Het recept voor een majeur drieklank

Elk majeurakkoord volgt hetzelfde recept, ongeacht op welke noot je begint:

  1. Grondtoon — kies een willekeurige noot. Laten we C nemen.
  2. Grote terts — tel 4 halve tonen omhoog vanaf de grondtoon. Vanaf C: Cis, D, Dis, E.
  3. Reine kwint — tel 7 halve tonen omhoog vanaf de grondtoon. Vanaf C kom je uit op G.

Dus C majeur = C, E, G. Dat patroon van 4-en-dan-7 is het majeurakkoord. Begin op G en pas dezelfde telling toe: dan krijg je G majeur: G, B, D. Begin op Fis en je krijgt Fis majeur: Fis, Ais, Cis. Het recept verandert nooit; alleen de begintoon.

Waarom het “vrolijk” klinkt

Het karakter van een akkoord komt bijna volledig voort uit het interval tussen de grondtoon en de terts. Een afstand van 4 halve tonen — de grote terts — levert een heldere, open, stabiele klank op die de meeste luisteraars omschrijven als vrolijk of zelfverzekerd. (In de volgende les maak je dat interval één halve toon kleiner en hoor je hoe drastisch de sfeer verandert.)

De kwint, 7 halve tonen boven de grondtoon, werkt meer als een kader: hij zorgt voor volheid en stabiliteit, maar verandert de emotionele kleur van het akkoord niet.

Veelgemaakte fouten

  • De begintoon als “1” meetellen. De grondtoon is nul. Van C naar E zijn het 4 halve tonen (Cis, D, Dis, E), niet 5.
  • De terts verwarren met “de derde witte toets”. Op een klavier lopen tertsen soms over zwarte toetsen heen. Tel halve tonen, geen toetskleuren.
  • Vanaf de verkeerde grondtoon bouwen. In dit spel is het akkoord vernoemd naar zijn grondtoon — staat er “E majeur”, dan is E je uitgangspunt om vanaf te tellen, ook al ga je de vorm op den duur misschien in één oogopslag herkennen.

Nu spelen

In de oefening hieronder bouw je majeur drieklanken vanaf alle twaalf mogelijke grondtonen. Tel in het begin halve tonen — 4 omhoog, dan nog 3 (samen 7 vanaf de grondtoon). Na een paar rondes ga je de vormen op het klavier herkennen, en uiteindelijk hoor je aan de klank alleen al of het klopt. Dat is het doel: eerst het recept, dan de vorm, dan het gehoor.