De greepplank uit je hoofd leren, snaar voor snaar

De meeste gitaristen en bassisten kunnen de losse snaren benoemen en verder weinig. Ze hebben weleens naar een schema van de hele hals gekeken, met elke fret gelabeld, en het bleef niet hangen. Dat is geen falend geheugen. Een schema is hier het verkeerde gereedschap voor, en het juiste is kleiner dan het lijkt.

Waarom het schema niet werkt

Een schema laat een stuk of zeventig vakjes tegelijk zien, allemaal even belangrijk. Het lezen ervan leert je een plaatje herkennen, en daar vraagt spelen niet om. Spelen vraagt dat je een naam klaar hebt onder je vinger, op één snaar, op één fret, in het tempo van de muziek.

Het schema verbergt bovendien dat de indeling zichzelf herhaalt, op drie manieren. Ken je die herhalingen, dan vult het grootste deel van het schema zichzelf in.

Als je nog niet hebt gelezen hoe een greepplank in elkaar zit — wat een fret is, waarom de losse snaar positie nul is, waarom eenzelfde noot op meerdere plaatsen opduikt — dan behandelt de les over de greepplank dat, en dit artikel gaat ervan uit dat je die kent.

Eén snaar tegelijk

Neem de laagste snaar apart. Op een gitaar of een bas is dat E, en de stamtonen erop — die zonder kruis of mol — zitten op vaste frets: E los, F op de eerste fret, G op de derde, A op de vijfde, B op de zevende, C op de achtste, D op de tiende, E weer op de twaalfde. De afstanden zijn overal twee frets, behalve op twee plekken, E naar F en B naar C, waar het één fret is. Die twee smalle afstanden zijn het enige dat je echt uit je hoofd hoeft te leren; de rest is tellen met stappen van twee.

Speel een week lang op en neer over die ene snaar en zeg elke naam hardop terwijl je hem aanslaat. Voeg pas een tweede snaar toe als je ergens op de eerste een vinger kunt neerzetten en de noot kunt benoemen zonder vanaf de losse snaar te tellen.

Neem daarna de A-snaar op dezelfde manier: A los, B op de tweede fret, C op de derde, D op de vijfde, E op de zevende, F op de achtste, G op de tiende, A op de twaalfde. Dezelfde twee smalle afstanden, want die zijn een eigenschap van de noten en niet van de snaar.

Meer stampwerk vraagt deze methode niet. Al het overige volgt uit de herhalingen.

De twee E-snaren

Op een gitaar is de hoogste snaar ook E, twee octaven boven de laagste. Elke noot die je op de lage E hebt geleerd, zit dus op dezelfde fret op de hoge E: de derde fret is op beide G, de achtste is op beide C. Eén snaar geleerd, twee snaren gekend. Een bas heeft zo’n paar niet; daar doet de octaafvorm hieronder dit werk.

Drie herkenningsfrets

De 12e fret herhaalt de losse snaren. Hoe een snaar los ook heet, zo heet hij ook weer op de twaalfde fret, een octaaf hoger, en de frets erboven herhalen de frets eronder. Een hals van een frets of twintig bevat twaalf posities.

De 5e fret van een snaar geeft dezelfde noot als de eerstvolgende hogere snaar los gespeeld: de vijfde fret van E is A, de vijfde fret van A is D. Op een bas geldt dat over de hele hals. Op een gitaar geldt het overal, behalve tussen de G-snaar en de B-snaar, waar het ontmoetingspunt de vierde fret is.

De 7e fret van een snaar geeft het octaaf van de eerstvolgende lagere snaar los gespeeld: de zevende fret van A is E, de zevende fret van D is A. Op een gitaar is de enige uitzondering opnieuw de B-snaar, waar het naar de achtste fret opschuift.

Dit zijn de frets met stippen, en die stippen staan er om gebruikt te worden.

De octaafvorm

De derde herhaling maakt het af. Neem een willekeurige noot op de lage E-snaar, ga twee snaren hoger en twee frets richting de klankkast: dat is dezelfde noot, een octaaf hoger. G op de derde fret van de E-snaar is weer G op de vijfde fret van de D-snaar. Dezelfde vorm brengt de A-snaar naar de G-snaar, dus zodra de twee laagste snaren automatisch gaan, krijg je de twee middelste er bijna gratis bij.

Op een gitaar rekt de vorm met één fret op zodra hij overgaat naar de B-snaar of de hoge E, vanwege de kleinere afstand tussen G en B: drie frets verder in plaats van twee. Op een bas is het overal twee frets.

In welke volgorde

De lage E tot het automatisch gaat. De A tot het automatisch gaat. Daarna D en G via de octaafvorm. Vervolgens, op een gitaar, de hoge E gratis, en de B-snaar via de herkenningsfrets met hun verschuiving van één fret. Een paar minuten per dag, hardop, op het instrument; een maand is een realistisch totaal, tegenover jaren gokken.

Zoek ze nu op

De oefening bij deze pagina noemt een noot en vraagt je die te vinden op je eigen instrument, waar dan ook op de hals. Elke plek die de noot laat klinken telt, en als je ernaast zit, lichten alle plekken waar hij zit tegelijk op — het schema opnieuw, maar dan getekend voor één noot, precies op het moment dat je hem zocht.