Het grijpbord: snaren, fretten en posities
Heb je gitaar, bas of viool gekozen, dan tekent deze site jouw instrument als een bord doorkruist door horizontale lijnen en vraagt je erop te klikken. Zo lees je die tekening.
Een klavier is een lijn, een grijpbord is een raster
Een klavier legt elke toonhoogte in één rij neer, van links naar rechts, van laag naar hoog. Elke toonhoogte heeft precies één thuis; vind hem één keer en je hebt hem voorgoed gevonden.
Een grijpbord heeft meerdere snaren, elk op zichzelf een rij toonhoogtes, en die rijen overlappen — een snaar begint niet waar de snaar eronder ophoudt, maar ergens halverwege. Daardoor is dezelfde toonhoogte op twee, drie, soms vier plekken bereikbaar, en geen enkele daarvan is de echte.
Dat is geen fout die je moet omzeilen. Het is precies de reden dat spelers over vingerzetting praten: je kiest wélke plek je neemt, op grond van wat je hand daarna moet doen. Een klavier biedt die keuze niet.
Snaren, van laag naar hoog
Elke horizontale lijn is één snaar. De tekening volgt de conventie van tabulatuur: de hoogstklinkende snaar is de bovenste lijn, de laagste is de onderste. Een gitaar toont zes lijnen, een bas vier, een viool vier. Gitaristen nummeren hun snaren van boven naar beneden, dus de bovenste lijn is de eerste.
De losse snaar is positie nul
Het meest linkse vakje, vóór de eerste fret, is de losse snaar: de snaar die op zichzelf klinkt, zonder dat er iets ingedrukt wordt. Elk vakje daarna voegt precies één halve toon toe. Eén fret, één halve toon; twaalf fretten, een octaaf, en de snaar klinkt de naam die hij los ook had.
Een grijpbord is dus een kaart waarop je kunt rekenen in plaats van uit je hoofd leren. Weet je waar één noot woont en hoe ver de volgende is, dan tel je de vakjes ernaartoe. Een klavier doet dat niet voor je: de stappen zijn muzikaal gelijk maar fysiek niet, en zwart en wit maken sommige breed en andere smal.
Waarom dezelfde noot steeds terugkomt
Zet die twee dingen naast elkaar. Als naburige snaren vijf halve tonen uit elkaar liggen, dan zijn het vijfde vakje van de lagere snaar en het losse vakje van de hogere dezelfde toonhoogte, en alles daarboven verdubbelt op dezelfde manier. Dat geldt voor elk snaarpaar op een bas, en voor vier van de vijf paren op een gitaar; bij het ene paar dat maar vier halve tonen uit elkaar ligt, valt het ontmoetingspunt een vakje eerder. Op een viool, zeven halve tonen uit elkaar, is het de zevende positie.
De viool heeft geen fretten
Kijk naar de viool en je ziet geen verticale draadjes — en terecht: een viool heeft ze niet. Het bord is glad en de vinger stopt de snaar waar hij ook landt, en juist dat laat een violist van de ene toonhoogte in de andere glijden, wat op een instrument met fretten niet kan.
Toch zijn de posities wel degelijk afgebakend, en daarom klopt het raster: de vingers van een violist landen op vaste, ingeslepen plekken — het instrument dwingt ze niet af, de speler doet dat. In plaats van fretten toont de tekening positiemarkeringen op de gebruikelijke oriëntatiepunten. Gebruik ze om je te oriënteren, maar denk niet dat “fret” een woord is dat elk instrument verdient.
Stemming is waarom grepen niet overdraagbaar zijn
Hoe ver de snaren uit elkaar liggen, is de stemming — een keuze, geen wet.
- Bas: elk paar een reine kwart uit elkaar — vijf halve tonen, overal dezelfde afstand.
- Gitaar: ook kwarten, met één uitzondering. Tussen de derde en de tweede snaar is de afstand een grote terts, vier halve tonen.
- Viool: overal reine kwinten — zeven halve tonen per paar, een veel groter bereik over slechts vier snaren.
Een greep is een verzameling vakjes in een vast patroon, en betekent dus wat de afstanden eronder betekenen. Zet een gitaargreep op een viool en elke afstand die hij overbrugt is van vijf naar zeven halve tonen gegroeid: dezelfde vingers, een ander akkoord. Leer de indeling, niet het plaatje — het plaatje hoort bij één stemming.
Veelgemaakte fouten
- Zoeken naar dé juiste plek. Meestal is er niet één. Elk vakje dat de noot laat klinken, is goed.
- Elke markering een fret noemen. Op de viool zijn het oriëntatiepunten; de snaar is er vrij tussenin.
- Een greep meenemen naar een ander instrument. Een greep is een verzameling afstanden, en afstanden veranderen met de stemming.
Nu spelen
De oefening hieronder noemt een noot en vraagt je die te vinden. Kies je instrument met de knop erboven; de hele site volgt die keuze. Elk vakje dat de noot laat klinken telt, in elk octaaf. Antwoord je fout, dan lichten alle plekken waar hij woont tegelijk op: het raster van deze pagina, getekend voor één noot.