Vind de noot
Een notennaam lezen is makkelijk. Die noot op je eigen instrument vinden op het moment dat je hem nodig hebt, is de vaardigheid die lezen omzet in spelen — het verschil tussen staren naar een akkoordenschema en het echt kunnen volgen.
Een klavier herhaalt hetzelfde patroon in elk octaaf, dus de noot die je zoekt ligt elke keer op hetzelfde herkenningspunt — leer hem binnen één octaaf en je kent het hele klavier. Bij een gitaar-, bas- of vioolhals werkt dat niet zo netjes: dezelfde noot duikt opnieuw op een naburige snaar op, op een plek die er totaal anders uitziet dan de eerste, omdat snaren elkaar in bereik overlappen in plaats van octaaf na octaaf op elkaar te stapelen. Al die plekken zijn even correct — je kunt ze alleen niet aan hun vorm herkennen zoals op een klavier, dus elke plek moet je apart leren.
Deze oefening begint met de stamtonen — C, D, E, F, G, A, B, de noten zonder kruis of mol — omdat zij de ankerpunten zijn waaraan al het andere wordt afgemeten. Zodra je een stamtoon meteen kunt aanwijzen, ligt een kruis of mol op één kleine stap van een noot die je al kent: Fis zit pal naast F.
De oefening hieronder noemt een noot en vraagt je die ergens op je instrument te vinden. Elke plek die die noot laat klinken telt mee, in welk octaaf dan ook — er is niet één juiste plek om naar te zoeken. Antwoord je fout, dan lichten alle posities op waar die noot voorkomt, zodat je de hele plattegrond ziet voordat je aan de volgende begint.
Stamtonen
Alle twaalf noten