Woordenlijst

Voortekening

Een voortekening is de groep kruisen of mollen die aan het begin van elke notenbalk na de sleutel staat en aangeeft welke noten het hele stuk door verhoogd of verlaagd worden.

Wat vertelt een voortekening je?

Een kruis op de F-lijn betekent dat elke F als Fis wordt gespeeld: in elk octaaf, in elke maat, totdat de voortekening verandert. Zo hoef je niet bij elke F in het stuk opnieuw een kruis te schrijven.

Kruisen en mollen staan altijd in een vaste volgorde:

  • Kruisen: Fis, Cis, Gis, Dis, Ais, Eis, Bis
  • Mollen: Bes, Es, As, Des, Ges, Ces, Fes

Een voortekening van twee kruisen is dus altijd Fis en Cis, nooit een ander paar.

Hoe lees je de toonsoort eraf?

  1. Kruisen: neem het laatste kruis en ga een halve toon omhoog. Laatste kruis Cis geeft D majeur.
  2. Mollen: de op één na laatste mol is de majeurtoonsoort. Bes en Es geven Bes majeur. Eén enkele mol is de uitzondering die je los moet leren: F majeur.
  3. Geen kruisen of mollen: C majeur.
  4. Dan de mineur: elke voortekening hoort ook bij de parallelle mineur, drie halve tonen lager. Eén kruis is G majeur of E mineur; twee mollen zijn Bes majeur of G mineur.

Wat wordt het vaakst verkeerd begrepen?

Verwachten dat de voortekening zegt of het majeur of mineur is. Dat kan ze niet: G majeur en E mineur hebben precies dezelfde. Om te beslissen kijk je naar de noot waar de muziek thuiskomt, en of er een verhoogde zevende trap (Dis in E mineur) als los teken opduikt.

De andere verwarring is die met de toevallige voortekening, een kruis, mol of herstellingsteken dat bij één noot staat. Een toevallige voortekening geldt alleen tot het eind van haar maat. De voortekening aan het begin van de notenbalk geldt het hele stuk.

Probeer het zelf: de les over de kwintencirkel legt uit waarom de volgorde nooit verandert, en eindigt met een oefening die je een voortekening laat zien en om de toonsoort vraagt.