Voorbeeld: er wordt niets bewaard
Kwart, kwint en de tritonus
Nog één keer kijken naar wat je miste.
Na de tertsen komen drie bredere intervallen.
Ze zijn vijf, zes en zeven halve tonen. Maar een halve toon verschil, en toch kunnen ze haast niet verschillender klinken.
Vijf halve tonen: stevig, een beetje plechtig.
Dit is de reine kwart, C omhoog naar F. Hij opent de bruidsmars uit Lohengrin, “Here Comes the Bride”.
Geen geluid? Controleer je volume en kijk of je telefoon niet op stil staat.
Zeven halve tonen: breed en open.
Dit is de reine kwint, C omhoog naar G. Het is de sprong in “Altijd is Kortjakje ziek”.
Kwart of kwint?
Zes halve tonen: de rusteloze.
Dit is de tritonus, tussen de kwart en de kwint in. Hij opent “Maria” uit West Side Story, en hij wil verder.
Stevige kwart, of rusteloze tritonus?
Onderscheid ze op gevoel, niet door te tellen.
De kwart klinkt stevig; de kwint breed en open; de tritonus gespannen, alsof hij nog niet is aangekomen.
Speel ze alle drie vanaf C.
F ligt vijf halve tonen hoger, Fis zes, G zeven. Speel C, dan elk ervan, en vergelijk.
Stevig: kwart. Rusteloos: tritonus. Breed en open: kwint.
Je kent de kwart, de kwint en de tritonus.
Wat je geleerd hebt
- Vijf halve tonen is een reine kwart: stevig, zoals de bruidsmars.
- Zeven halve tonen is een reine kwint: breed en open, zoals “Altijd is Kortjakje ziek”.
- Zes halve tonen, daartussen, is de tritonus: gespannen en rusteloos.
Je reeks: 0 dagen
Geen sterren meer voor deze stap.
Elke poging maakt de volgende makkelijker.